|
Radio-amateurs heb je in verschillende smaken. Bij de één denk je aan piratenzenders die vooral in de weekenden aktief waren met populaire muziek.
Bij de ander aan ether-fanaten die op zoek zijn naar contacten in verre oorden. Radioamateurs maakten zich ook verdienstelijk bij rampen, als andere verbindingen uitvallen. De Watersnoodramp in Zeeland is daar een voorbeeld van. Nog weer anderen denken aan zenders die in de oorlog aktief waren: dat waren de echte geheime zenders. De Duitse bezetter greep regelmatig enkele van deze verzetsmensen in de kraag en zette die gevangen in Vught. Sommigen wisten ook in gevangenschap met elkaar in kontakt te blijven. Daarvoor tikten ze boodschappen in code op de waterleidingbuizen. Een soort Morse dus. Het werkte. * Nacht und Nebel In deze tijd van internet worden zendamateurs steeds zeldzamer. Het dagblad Trouw van 7 april 2007 maakt al melding van een Museum voor deze tak van sport. Mij deed dit alles denken aan Link van Bruggen, roemrucht journalist, overleden in 2001. Evenals zo’n 600 andere Nederlanders werd hij door de Duitsers afgevoerd naar het Nacht- und Nebel-kamp Natzweiler, in de Elzas. Voor de buitenwereld was je hier onvindbaar en de bedoeling was kristalhelder: werken tot je er letterlijk dood bij neerviel. Link overleefde. Hij mocht graag vertellen hoe ze de moraal hooghielden, zelfs onder het strenge regime waar direct onderling contact vrijwel onmogelijk was. Zoals lollige ooms bij hun kleine neefjes doen: hun handen achter de bips houden en ze dan zo wrijven dat het klinkt alsof je een windje laat. Link en zijn lotgenoten konden dat als geen ander. Meer nog: ze “speelden” er het Wilhelmus mee. Het hield hen op de been. |