desire: a terrific motor vehicle, a fantastic Raspberry Ketone supplement The raspberry ketone diet
DOLF TOUSSAINT: GEVOELIG BREIN ACHTER DE CAMERA

Altijd op de plaats politiek delict

 

 

Met een welhaast sardonisch lachje zwaait fotograaf Dolf Toussaint de voordeur open van zijn eenpersoons woninkje aan de Amsterdamse Vinkenstraat, randje Jordaan. Hij wijst meteen op de zeven volwassen vuilniszakken die in het gangetje staan. Volgestouwd met duizenden negatieven, foto's van het politieke leven. “Hier heb je ze”, zegt hij, “ ïk heb ze allemaal weer gezien en je doet er verder maar mee wat je wilt.” Het klinkt als een vrouw die haar kuisheid definitief aan de kant zet. We gaan naar binnen en de rituelen zijn als vanouds: potten thee drinken, de politieke issues van de week doornemen, de kwade elementen in de kapitalistische samenleving, de onmacht van links of progressief er zich meester van te maken. We bewonderen de bloemen die achter het huis in donkere schaduw toch bloeien en de tolerantie ie die je nodig hebt als je op een stille zondagmiddag moet luisteren naar een achterbuur die nu al een paar jaar probeert de eerste noten uit de trompet te blazen.

Dolf zou vroeger minder tolerant zijn maar ook hij werd een dagje ouder en gelatener. Althans op dit gebied, het terrein van de politieke en sociale fotografie. Daar blijft hij streng in zijn eigen leer. Wat niet goed is is humbug. Met enige tevredenheid haalt hij dan weer enkele mappen met afdrukken tevoorschijn om er met een zekere tederheid naar te kijken. Mooi gelukt.

Onder dit soort omstandigheden is een deel van zijn negatieven -bijna letterlijk- bij elkaar geveegd.

Eigenlijk ben ik een beetje trots; jarenlang heb ik aan zijn kop gezeurd om zijn werk te rubriceren, toegankelijk te maken, om er meer mee te kunnen doen dan tot nu toe dreigde. Om het hem makkelijker te maken, bracht de pakketdienst regelmatig dozen met negatiefbladen, papier enz. naar

zijn adres, maar ook nu nog zijn er vele nooit van geopend. Geen tijd, hij moest fotograferen, niet “bibliotikeren”.....

. Eenmaal thuis met mijn vracht realiseer ik me pas ten volle wat ik in handen heb gekregen.. Daar moet iets van te maken zijn, maar dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Want nergens is een verwijzing of benaming te vinden. Nergens een “wie wat waar” te vinden. Ik besluit dan maar voor het vaderland weg te beginnen. Misschien ontvouwt zich dan toch iets van een structuur. En ik heb een kleine zekerheid: het slaat allemaal op politiek en parlement. Als ik de eerste paar honderd bladen met negatieven als contactafdruk gereed heb, komt er inderdaad een beetje tekening. Voortploeterend alsof ik Dolf zelf was toen hij nog in zijn vrieskou-woning in de Jordaan woonde, rijpen ook de ideeën van een boek, exposities etc. Als ik die contouren heb, durf ik het aan om collega's en vrienden uit te nodigen voor een werkgroepje dat dit alles ter hand wil nemen. Dat lukt; we verzamelen regelmatig en maken via een soort afval-methodiek een keuze van de beste of mooiste foto's. Van oneindig terug tot 80, want dat wordt hij binnenkort.. Dat is geen erg professioneeel criterium, maar zo is het goed.. De een schrijft, de ander laat zijn formidabel geheugen knarsen, de volgende duikt de “lobby” in, want geld is er ook niet. Net echt dus, als je erbij aan Dolf denkt.

Uiteindelijk leidt dit alles tot een magnifieke tentoonstelling die gelijktijdig in de Tweede Kamer, Nieuwspoort en het atrium van het Haagse stadhuis wordt gehouden. De betrokken `autoriteiten` verlenen alle denkbare medewerking. Ze kennen Dolf Toussaint als kritisch en soms hinderlijk volger maar dat staat waardering niet in de weg . Ook Nieuwspoort hangt zijn foto's uit;.Tien jaar later maken moderne media het mogelijk om in het Perscentrum op alerte wijze aandacht te geven aan het belang van hun “collega”.

 

* Principes en ruzie

Dolf heeft andere dan deze “glorieuze” tijden gekend. Tijden van diepe schaarste om niet te zeggen armoede. Hij geneerde zich niet toe te geven dat hij soms `om den brode` foto´s verkocht en ideèle criteria noodgedwongen naar de achtergrond verdwenen. Want die criteria hanteerde hij wel degelijk.

Talrijk zijn de situaties op Het Vrije Volk, de Volkskrant of Vrij Nederland geweest dat de foto van

Dolf een tikkie te breed of te hoog was voor de opmaakredacteur. Bijsnijden van zijn foto's was voor hem uit den boze. Beter geen glaasje wijn dan slechte, beter geen sigaartje dan een poederstok. Dan maar ruzie. Hij was principieel zonder Prinzienreiter te zijn.

Dolf leerde ik kennen in de Tweede Kamer, waar ik fractiemedewerker-schuine-streep – persoonlijk medewerker van Den Uyl was. Dat had zo z'n voordelen maar had ook als neveneffect dat je als opvangbak fungeerde als Dolf het weer eens beter wist en dat niet kwijt kon bij Joop zelf.

Fotografisch gezien was Dolf z'n manier van opereren kenmerkend voor hem persoonlijk/en verrassend voor anderen.. Dan weer sloop hij tussen de vergaderbankjes door naar het “groene gordijn”, dan weer stond hij bij de koffiekamer om even later op de perstribune zijn schot te wagen. En ondertussen praten, kijken, bewegen. Een huidige TomTom, als die nog bestaat,' zou horendol van hem worden. Een manier van werken die destijds uniek was en waar iedereen aan moest wennen: een foto die je dichterbij bracht in plaats van een ruimtevuller te zijn.

Politiek was Dolf klinkklar adept van Joop den Uyl, die op zijn beurt veel achting had voor Dolfs inspanningen en resultaten. Of hij ook altijd de middernachtelijke uren waardeerde waarin Dolf weer een nieuw idee voor hem in petto had, was wat schemerachtig. Want urenlang discussieren, drammen, klieren en provoceren, hij was er ook een meester in, die Dolf.

 

* Opdrachten

Persoonlijk leerde ik als amateur fotograaf tal van nuttige kneepjes. Vooral als je met hem optrok.

Dat deed zich bij voorbeeld voor bij het Europees Jaar voor het Milieu. Eén van de projecten behelsde een fotografische impressie van vragen en oplossingen. “Brussel” vond zijn bestaande werk voldoende om hem de opdracht te geven. En voor mij was er goede reden hem te begeleiden

en te zien hoe hij buiten de Kamer werkte in gebieden die uit milieu-oogpunt bedreigd werden, of het nu een bos was of de mergelafgravingen, danwel illegale stort of de bruinkoolmijnen net over de grens met Duitsland. Er op af, met een achterbak vol apparatuur want zo'n onderwerp is teveel voor een simpele Leica. Dolf dacht overigens dat een opdracht als deze zou berusten op een begroting van de kosten i.p.v. een bedrag waarvoor je het maar moest zien te doen. Punt 1 van de door hem vervaardigde begroting luidde: “nieuwe auto, Hlf....(bedrag). Hij vond dat wel logisch want z'n oude kar had het begeven. Kind in de boosheid? Provocatie? Geintje? Hoe het zij, de foto's werden gemaakt en geëxposeerd. Dat niemand weet waar ze gebleven zijn -ook niet de negatieven- pleit niet voor de “fotograaf en zeker niet voor de opdrachtgevers. Maar wie weet duikt er opeens alsnog een achtste plastic zak op.....

 

* Garanties

Gelukkig zijn er ondertussen garanties dat het werk van Dolf in goede handen zal blijven. Het Amsterdams stadsarchief heeft ladingen vol van zijn werk en het Nationaal Archief herbergt nog meer om te bewaren en actief mee om te gaan.

Zijn nu bestaande publikaties zijn van grote indringendheid. Allereerst is daar het Jordaanboek, een soort Amsterdamse bijbel voor sociale fotografie. Persoonlijk ben ik nog een ietsje meer gecharmeerd van Zone Industrielle, een reportage over werkloosheid en leefomstandigheden in het Waalse staalgebied Luik-Namen. Dit boek werd gemaakt in opdracht van het Europees Parlement.

Door een opdracht van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten zag “Locale democratie” het licht en werd geexposeerd in het Rijksmuseum. Publikaties over China en over Afrika laten zien hoe hij tot boeiende en sprekende foto's in geheel andere omgevingen wist te maken.

 

Participerende en duidende fotografie in plaats van een steriel plaatje bij een lap tekst. De foto moet voor zichzelf spreken en geen nadere toelichting nodig hebben. Aldus Dolf.

Dat kan alleen als je tenminste op tijd op de “plaats politiek delict” bent. Om daar een voet tussen de deur naar de werkelijkheid van alle dag te krijgen moet je scherp en gevoelig kunnen anticiperen. Dat kon Dolf als geen ander. Hij zou de laatste zijn dat te ontkennen. ….

 

Henk Beereboom.

 
Het leven slaat toe

Erfgoed ?

 

PIJPELA  SLUIT NA 47 JAAR *

Het Haags historisch horeca-erfgoed is een stukje gekrompen. Eind mei 2017 ging de stekker er uit bij DePijpela, societeit, bar, jazzclub, drinkgelegenheid in het Noordeinde.  Aanvankelijk was hier een deel van de  Koninklijke stallen. Gaandeweg, groeide deze ruimte uit tot trefpunt van journalisten, politici, kunstenaars en tal van andere “gewone” mensen die een snuf anders dan een gemiddeld café zochten.. Voor die pretentie moest de bezoeker een daad verrichten: bv. aanbellen, of lid zijn, of iemand kennen die zei dat-ie lid was. Het toegangsbeleid was door de jaren heen nog al wisselend.

De Pijpela was een “laat” café,  niemand ging vroeg weg want dan was het nog nauwelijks open. Sommige kenners dachten een wetmatigheid te kunnen ontdekken in de golfbeweging van binnenkomend volk. In de Tweede Kamer ging de horeca-afdeling  al dicht een uur na het einde van de vergadering. Een dorstig iemand verkaste dan naar Perscentrum en een ander deel naar elders. Als “elders” sloot, dan was De Pijpela zeker nog een optie.. Vooral als je niet naar een nachtclub wilde, maar wel oog had voor de atmosfeer van “pussy crab”, of een oor had voor onmatig gebral, danwel voor eindeloos herhaald gelul.

 

Een verarming, na 47 jaar Pijpela?

Voor sommigen wel, maar er is wel meer “erfgoed” verdwenen zonder direct aanwijsbare catastrofale gevolgen.

Zo kon je jaren geleden na de laatste kleine uurtjes bij bv. de Pijpela te zijn geweest, nog terecht op een hoogst curieuze plaats in Scheveningen. Rond vier uur in de ochtend kwamen de vissersboten binnen. De opbrengst ging meteen door naar de veiling en van daaruit bewerkt of onbewerkt het land in. Een heel  klein gedeelte ging naar een onbestemd, duister gebouw vlakbij de haven.

Die ruimte had veel weg van een garage of werkplaats; schamel verlicht door enkele peertjes die aan snoeren langs de wand liepen. In het midden stonden twee houten tonnen met daarover een paar brede planken. Een gasfles op de grond, een paar bakpannen op de planken en culinaire Kees zelf erachter. Vis verser dan vis, gebakken volgens een strikt geheim gehouden recept. (Waarschijnlijk bestond dat recept niet eens maar deed de mare toch zijn werk).

De Haagse en Scheveningse inside kende deze plek met zijn mêlee van komende en gaande klanten:  de krantenjongen, de melkboer, de advocaat, de stappers, het stel in deftige avondkleding, de werkers van het vroege uur. “Neem, eet en geniet, was het motto. Het te betalen bedrag voor dit heerlijke zeebanket werd op gevoel vastgesteld. Comfort in de vorm van bestek of servetten was  er niet.. Was je klaar met eten dan stonden er bij de uitgang nog twee tonnen; deze waren gevuld met houtkrullen  en zaagsel. Daar wreef je lang en stevig je handen in en zie: geen geur meer. . Alsof je je handen volgens een geheim recept in onschuld had gewassen.

 

 

* Voor deze tekst ben ik veel dank verschuldigd aan drs. F. Wikkieman , deskundige.

* * *

Verknipt

Mijn kapper heeft in zijn kleine, bijna intieme zaakje doorgaans muziek opstaan.
Vaak is het jazz maar nu komt het opgewekte geluid van Puccini uit de boxjes.
Een klant die op zijn beurt zit te wachten roept opeens in onvervalst Haags:
“Hé kappûgh, ken je niet een doek over die kanarie gooie ?!
De kapper is er geen moment verlegen mee: “Dat is geen kanarie mijnheer, dat
is een nachtegaal”. De klant mompelt “kankugh” en slungelt de zaak uit.

* * *

 

(Beetje late) ode aan Leo Vroman

en niet te vergeten zijn Tineke.)

 

Morgen is er al weer een nieuwe dag

die ik innig met jou delen mag.

In de vooruitkijkspiegel zie ik jou,

al op weg naar mij, kom maar gauw.

We komen elkaar verlangend tegemoet,

in warme liefde van fluwelen gloed,

die huist in onze bloedlichamen.

De rode gingen, de witte kwamen;

of andersom, ze leefden voor hem intensief;

elke morgen groette hij ze: "kep je lief".

 

****

 

Pluk de zon

De zon scheen strak boven de feesttuin waar een verjaardag werd gevierd met vele vrienden.

Volle glazen, mooie schalen, pluk de dag.

Theo kende ik niet, maar hij viel me meteen op in het gezelschap; hij had een zakdoek met vier knopen erin op z’n hoofd hangen. Bescherming tegen de zon.

“Wil je niet liever een strooien hoed op je hoofd”, vroeg ik hem, “ik heb er eentje achter in de auto liggen.” Dat wilde hij wel en samen liepen we naar het parkeerterreintje verderop. “Ja, ik loop graag even mee, want dat kan ik nog wel” , zei hij en vertelde dat hij een lastig en ingewikkeld probleem had met z’n spieren. “Heb je Parkinson?” vroeg ik hem recht op de man af. Hij bevestigde het en keek vreemd verrast toen ik zei “Dat heb ik ook.”

Ik vertelde hem dat het zich bij mij een aantal maanden geleden had gemanifesteerd en dat de medicijnen die ik neem voorlopig goed aanslaan. Hij bleek het sinds even lange tijd te hebben, maar bij hem was het effect van de medicijnen minimaal. Dat was zichtbaar; zijn handen trilden nog al. Hij wilde binnenkort voor een tweede opinie naar een ander ziekenhuis gaan en hij gruwde bij de gedachte om zodanig af te takelen dat je afhankelijk wordt van derden. “Als het zo gaat”, zei hij, “dan reken ik maar dat ik een mooi leven achter me heb en piep ik er tussen uit.” Hij had al contacten met een club in Zwitserland die hem zou kunnen helpen.

Hij raakte me met zijn benadering een beetje op de verkeerde plek. “Kom”, zei ik, “eerst plukken we de zon nog even van de hemel, daar zijn we nog wel even zoet mee”.

“Doen we”, zei hij en plantte de strooien hoed op zijn hoofd.

Tegen de zonnesteek, zullen we maar zeggen.

 

* * *

 

Boemerang

Het is een mooi en zonnig dagje, ik maak een lekkere wandeling.

Een jongetje, allochtoon, speelt met een boemerang. Hij gooit hem omhoog en het ding klimt wervelend in de wind. Hij heeft veel plezier en vraagt enthousiast goed te kijken hoe hoog hij wel gaat. Ik bewonder zijn prestaties en zeg dat ik het maar wat knap vind. “Wilt u het ook een keer proberen , nodigt hij me uit. Zeg dan maar eens nee; natuurlijk breng ik er niets van terecht. Hij doet het nog een keer voor en mijn tweede poging is ietsje beter, maar het blijft magertjes. Ik zeg hem dat ook. Stralend zegt hij: “Dat komt omdat u al een beetje oud bent, meneer”.

What a beautiful day !

 

* * *

 

Demo
Het was zo'n fraaie dag die uitnodigde naar buiten te gaan.

Of de stad in, of juist de stad uit. Het gevoel “er uit te zijn”.

Zo dachten trams- en bussenvol mensen. En zo dachten ook duizenden

demonstranten. Zwaaiend met vlaggen en spandoeken ; slogans yellend

en protestsongs zingend namen ze in rap tempo bezit van de binnenstad en

omgeving. Het verkeer zat muurvast.

“Onze” stadsbus kwam zo nu en dan een stapje vooruit maar daar was alles

mee gezegd. Commentaren van de passagiers alom natuurlijk.

Op de bank tegenover ons zat een koppeltje; zo te zien uit de categorie
“Down-syndromers”. Ze winden zich ook behoorlijk op vanwege het oponthoud
en doen daar luide kond van.

Lul die ik ben vind ik het om de een of andere reden hilarisch

dat zij roepen de demonstraties absoluut niet “vet”, “cool” of “gaaf”, laat staan
“super”vinden.

De man van het koppel uit  zich met boze gebaren ("de middenvinger") en roept

“Rot toch op met mekaar, stelletje mongolen!”.

 

* * *

 

 

 

 

 

 
Favoriete foto
Chileense zoutvlakte
* * *
 
Over deze website

Foto's vormen de hoofdmoot van deze website.
Zwart-wit, wel te verstaan. Dan komen ze volgens
mij beter tot hun recht.
Daarnaast vindt u er verhalen, anecdotes,
gedichten en commentaren.
De site wordt regelmatig ververst.
Uw commentaar en suggesties zijn welkom.
En dan nog wat: Stuur deze site door
naar vrienden en bekenden !

HENK BEEREBOOM

NIEUW:
Zoek en vind: foto's van Griekenland
in Fotografie > Stad en Land >
Griekenland.

BLIJVEND:
Babi Jar behoort tot de meest beruchte
plaatsen van de Tweede Wereldoorlog.
In nog geen twee dagen werden meer
dan 34000 joden vermoord in het ravijn.
Ga naar: Verhalen.

 

 
What's new ?!
Nog steeds aan te raden fotoseries:
(Kijk altijd eerst onder "Actueel")
- Portretten
- Mensen op de werkvloer
- Aardse kostgangers
GEDICHTEN:
- Veel gelezen: Een zachte jeneverdood
* * *
Pas tussen Uzbekistan en Kirgizie
Pas tussen Uzbekistan en Kirgizie

Bouwvakker aan ‘t werk in Mexico
Bouwvakker aan ‘t werk in Mexico

 

 
Werk in uitvoering

PARLEMENT ZOEKT PASSEND ONDERDAK

Links om of rechts om, duurder of nog duurder, vast staat dat de huidige behuizing van de Staten-Generaal z'n langste tijd op het Binnenhof heeft gehad. De vraag is nog hoeveel jaren het mag kosten en hoeveel geld. Oftewel: moet het een grote opknapbeurt worden of moet het mes er echt diep in. Dat kan verschil maken van zes tot dertien jaar en een “tig”-aantal miljoenen euro's. Het Kabinet heeft besloten dat een operatie-in-één beter en goedkoper is dan een gefaseerde aanpak De Kamer is voorlopig verdeeld: sommigen vrezen nogf hogere kosten dan nu al worden voorzien, anderen vrezen voor verlies van macht voor het Parlement. Hoe meer je gespreid wordt, hoe meer risico dat je “beheerst:” wordt.

*Apenrots

Een commissie onder leiding van mevrouw Spies heeft een rapport samengesteld over de her- en nieuwbouw van het Parlement .Als dat feest kan beginnen zou in de tussentijd het Ministerie van Buitenlandse Zaken schoon geveegd moeten worden en zouden daar de plenaire vergaderingen moeten worden gehouden en de belangrijkste interne diensten moeten worden gevestigd. Dit gebouw werd al vanaf het begin de Apenrots genoemd, dus een prijsvraag uitschrijven voor een nieuwe of betere bijnaam is alvast niet meer nodig.

In de loop der jaren is er een significante groei geweest in aantal mensen die in of rond de Kamer hun werk vinden. Die groei was groter dan bij veel andere takken van de rijksoverheid en aanverwante diensten. Tot eind van de jaren zestig konden Kamerleden zich voor ondersteuning eigenlijk alleen wenden tot de griffiers. Die zorgden voor het opzoekwerk als het ging om de inbreng voor wetsvoorstellen, schriftelijke vragen etc. Een brief schrijven, er een postzegel opplakken en hem in de brievenbus deponeren deed het Kamerlid zelf. De beheerder van het kleine postkantoortje op de begane grond wilde die laatste taak nog wel eens overnemen van de Geachte Afgevaardigde, zeker als die zijn politieke kleur droeg of ook fervent liefhebber van cricket was. Telefoneren deed je niet rechtstreeks maar via een van de twee telefonistes en de Leden die een dubbelmandaat hadden voor het Europees Parlement, hadden een goudvink aan een touwtje in de vorm van een aparte griffier voor europese (buitenlandse) activiteiten, want die zorgde ervoor dat ze een treinticket naar Straatsburg kregen en een handje-contantje-voorschot mee voor hun verblijf buitenslands.

Iets na 1965 zeg maar, begon het verschijnsel “fractiemedewerker” zijn intrede te doen. De grootste fracties kregen er eerst twee plus nog een hele of halve secretaresse. Luttele jaren later hadden de grotere fracties al tien tot vijftien man in dienst, hoewel niemand het nog in zijn hoofd zou halen om zich voor te stellen als “politiek adviseur”, laat staan zichzelf de lichtelijk mallotige benaming “spindoctor” aan te meten.

*Diensten

Niet alleen nam het aantal fulltime medewerkers toe, ook werd meer en meer in de tijdelijke ondersteuning van individuele Kamerleden voorzien, de zgn. Bikkers. Het is niet verwonderlijk dat het aantal griffiers ook steeg. Werk brengt vaak werk mee, zij het van een ander type. Te denken valt meteen al aan de huishoudelijke en administratieve diensten; ook die groeiden als kool. Er kwam zelfs een heuse Dienst Personeelszaken ! De technologische ontwikkelingen eisen in dat plaatje ook een aanzienlijke ruimte op en dat zal alleen nog maar toenemen. Dat is op zichzelf trouwens allemaal niet verkeerd en als in de hedendaagse gang van zaken iets belangrijk is, is het wel dat het Parlement met kennis van zaken en met visie moet kunnen werken aan de haar toevertrouwde bescherming en ontwikkeling van de democratische besluitvorming. Dat is een mond vol, maar zeker waar. Het is niet voor niets dat de Kamer een eigen, zelfstandige begroting heeft, die formeel ondergebracht is bij Binnenlandse Zaken, maar geen Minister van BiZa die het in zijn hoofd zal halen daar echt tegen de wil van de Kamer in te gaan.

*Labyrint

De omvangrijke verbouwing die we ondertussen een aantal jaren geleden hebben meegemaakt en die onder meer zichtbaar is in de nieuwe vergaderzaal (halve cirkel, blauwe stoelen)is achterhaald, simpelweg al wegens gebruik aan ruimte voor eigen personeel. Tel daar bij op de groei die heeft plaatsgevonden in de wereld van journalistiek, voorlichting, belangen behartigingen etc. en het is duidelijk dat het tijd is voor verstrekkende verbeteringen. Het huidige gebouw is verworden tot een soort romantisch labyrint van werk- en spreekkamers, waar je geen schijn van kans hebt op politieke privacy. Een rommeltje, met als enig zonnig punt het begrip “ Binnenhof 5”, dat zich ontpopte tot een ruimte voor “happy hour” voor degenen die vonden dat ze zo tegen vijf uur wel een hartversterkertje hadden verdiend, dan wel daarop vast een voorschot namen. Daarvoor hoef je niet naar Perscentrum Nieuwspoort, over welk instituut ook opnieuw moet worden nagedacht. De vrije toegang van de pers is een belangrijk gewonnen goed. Misschien moeten er wel twee Nieuwspoorten komen, een voor het directe politieke werk en een voor eigen activiteiten en seminars. In ieder geval is hier sprake van zo'n situatie dat je het kind niet met het badwater weg moet gooien. Over weggooien gesproken, ook het huidige gebouw heeft , naast veel rotzooi, schatten te bewaren: de prachtige bibliotheek en leeszaal, de Vergaderzaal van de Eerste Kamer, de indrukwekkende Handelingenkamer en niet te vergeten.....het schorre geluid van de Kamerbel. Ik besteed er maar een hoofdletter aan)

*Rotte balken

Ervaring met tegenslag bij opbreken van gebouwen is er genoeg. Aan de overkant op het Binnenhof huisde Binnenlandse Zaken, met het huidige torentje (nee, ook hoofdletter: Torentje) Toen dat werd verbouwd tot Algemene Zaken kwam er na elke verwijderde steen een onverwachte rotte balk tevoorschijn. Gevolg was, dat als je de secretaris-generaal van Algemene Zaken vroeg wanneer het bouwen gereed zou zijn, hij steevast antwoordde “Nog vier jaar en dat blijft ook zo....!

Een apart punt zal zijn de veiligheid. Daar is in de afgelopen jaren een zeer groot accent komen te liggen, zo zelfs dat je je afvraagt of het op een gegeven moment niet eerder risico aantrekt dan afstoot. Misschien kan er met technische middelen een tussenweg worden gevonden tussen de huidige steeds stringenter wordende opvattingen van beveiligen en die van veel vroeger, toen de nachtbewaking bestond uit twee gepensioneerde Scheveningse vissers die tussen middernacht en zes uur 's ochtends door de schaars verlichte gangen liepen om op te letten dat er niets ergs ging gebeuren. Ze deden hun rondes fluitend....dat wel...maar ik zou niet durven zeggen of dat opgewektheid was of toch een beetje bang in het donker. Zo is het natuurlijk wel: in een democratie past geen angst en geen naiviteit. Dat moet ook spreken in de ver- of nieuwbouw van ons Parlement. Moeten de Groene |Gordijnen misschien terug ?

Henk Beereboom.


Copyright 2006 H. Beereboom